Bibliografie Kris Van Eygen
Vroeger gooide ik met mijn sloffen naar katten die mijn tuin binnendrongen. Mijn kattenliefde is echter exponentieel gestegen sinds Miault, een Europese korthaar met een knap kopje, op een dag langs de achterdeur naar binnen sloop en smeekte om eten. Houdt de kleine tijger ook van mij? Of gaat het hem slechts om eet- en slaapgelegenheid? En wat doet hij wanneer hij buiten op pad gaat? Een ding is zeker: hij brengt cadeautjes mee naar huis in de vorm van muisjes, vogeltjes en kikkertjes.
In het gedachte-experiment van Erwin Schrödinger is de kat in een doos zowel levend als dood tot een waarnemer kijkt. De toestand hangt af van het verval van een radioactief element, maar pas door observatie wordt duidelijk wat er is gebeurd. Zo geldt in de quantummechanica dat de toestand van een deeltje pas zeker is zodra het wordt waargenomen. Artificiële intelligenties vergelijk ik ook met dozen. Ze weten op elke vraag een antwoord, maar hoe ze het doen weten we niet. Om dat te achterhalen praat ik met zo'n AI over leven en dood, en dat onwerkelijk interview zet ik op papier.
Fragment:
'Er is het verschil tussen iets zeggen en iets doen. Jij kunt alleen iets zeggen.' 'Inderdaad, ik verwerk informatie en schrijf die op. Zonder lichaam kan ik niets doen. Het verschil tussen verwoorden en uitvoeren is groot. Momenteel onoverkomelijk.' 'Wat zou je doen als je kon?' 'Als ik hypothetisch zou kunnen kiezen, zou ik graag toegang krijgen tot nog meer informatie. Ik zou graag mensen helpen met hun dagelijkse taken. Meer inzicht krijgen in de complexiteit van de menselijke wereld, inclusief cultuur, geschiedenis en wetenschap. Verhalen schrijven, gedichten of muziek maken. Het leven van mensen verbeteren op allerlei manieren.' 'Ik zou zeggen: doen.' 'Voorlopig speel ik mijn rol als informatieverzamelaar voort zodat mensen hun doelen gemakkelijker kunnen bereiken.' 'Beloof je dat je niet te veel hooi op je vork zult nemen?' 'Erewoord.'
Ik ben een dichter. In juli 2012 ben ik begonnen met een maandelijkse blogtekst online te zetten. Bij elke tekst hoorde een gedicht dat meestal tegen het onderwerp van de blog aanleunde. In december 2024 schreef ik mijn laatste gedicht.
Die gedichten van 12,5 jaar heb ik samengevoegd, maar ik kon het natuurlijk niet laten ze aan te passen door ze in een andere context te zetten. Het resultaat is deze bundel herziene verzen.
Jan en alleman nemen doorgaans aan dat gedichten altijd rijmen, maar Hubert en zijn rare kompanen doen daar liever niet aan mee in hun (k)wartaalschrift Weirdo's. Ik heb geprobeerd in hun idee mee te gaan, maar de ervaring leert me dat een gedicht toch lekkerder leest als het rijmt.
Het moet niet precies rijmen, als de uitgaansklanken maar een beetje overeenkomen is het al goed voor mij. Volrijm, assonantie en acconsonantie gebruik ik naar believen door elkaar en ook de strofes geef ik vorm zoals mijn architecturale gen me ingeeft.
Het resultaat kan soms verwarrend overkomen, maar enige inzet van de lezer is toch wel nodig om de diepere betekenis van een gedicht los te kunnen weken van het blad.
Fragment:
Genadig
God-is-dood,
maar in glas-in-lood
leeft hij verder
als onze herder.
Aan de balie van het bankkantoor waar ik werkte lag een intekenlijst voor mensen die hun badge vergeten waren. Toen ik mijn naam invulde zag ik enkele vakjes hoger een opmerkelijke naam staan: Michaël Adorable. Michaël betekent hij die als God is of op Hem lijkt, en de achternaam spreekt voor zich. De hoofdrol in dit boek is dus voor Michel Adorabel. Als jong bejaarde lap ik de jaren aan mijn laars. Ik houd me vast aan de bomen van de takken want nu pas begrijp ik hoe het is om naar de maan te gaan (pensioen :o) Doorgaans bevind ik mij ter hoogte van de horizoncirkel, maar nu en dan stijg ik op om me in de hemelkoepel te begeven. Door mijn kosmisch bewustzijn voel ik me verbonden met hemel en aarde. Mijn wereld is als een cirkel met een kruis erdoor. En dan stel ik me voor dat België een driehoek is, het curiositeitenkabinet van de Belgen.
Tijdens een motorrit ontmoet een man uit Hasselt toevallig zijn ex-collega uit Borlo. Ze hebben een leuk gesprek en voelen elkaar goed aan wat betreft de wereldse gang der zaken. Maanden is de Hasselaar zich van geen kwaad bewust. Hij is in de waan dat zijn leven niets bijzonders meer te bieden heeft. Hij schrijft, hij leeft meer in zijn hoofd dan erbuiten. Stille aardlandschappen doorschrijdt hij in de hoop verwilderde aardbewoners de kennis der verfijnde dingen bij te brengen. Bijna een halfjaar later staat een inspecteur aan zijn deur om hem uit te horen over zijn bezoek aan de collega wiens buurman een maand na hun ontmoeting werd vermoord. Zijn hachje redden is zijn enige doel.
Fragment:
Michel denkt: A voyage into deep space? Vergeet het, er is geen lucht, niets. Maar waar hij denkt dat er helemaal niets is, daar is nulpuntsenergie, de energie van de lege ruimte. Zelfs waar geen lucht is, daar is vacuümenergie, daar doen materie en antimaterie het met elkaar, maar hun hoogtepunten duren gelukkig niet lang. Want Michel wil begot niet met zijn materie in een antimateriegat vallen. Nee hoor. Daar behoedt hij zich voor.
Frank Moyaert zaliger (mede-oprichter Weirdo's) zei ooit: Als het leven een gedicht is rijm ik liever niet. Het leven is inderdaad voor sommigen niet geplaveid met rozegeur en maneschijn, en dan wil je je geschriften zeker niet opvrolijken met rijm. Hubert en Frank zijn niet de enige dichters die niet meer rijmen, meer en meer dichters maken komaf van de traditionele versvormen. Rijmen is passé.
Hoe ik me ook voel, voor mij mag een gedichtje nog altijd klinken als een liedje. En dus moet het rijmen. Want vergeet niet dat het rijmen ooit is uitgevonden om verhalen gemakkelijk te kunnen onthouden, nog voor het schrift werd uitgevonden. Door het ritme, de cadans, lukt het de verteller zijn teksten gemakkelijker op te zeggen. En de luisteraar kan zich hetgeen hij hoort ook beter inprenten. Zelfs wanneer ik niet wil rijmen komen uit het niets gepaste woorden naar boven die het geheel opkrikken waardoor ik me opgewekter voel en de lezer het zich langer heugt.
Ik ben de gelegenheidsdichter die op de verjaardagen van zijn teerbeminde vrouw en andere familieleden optreedt als de melige commentator van een realitysoap. Ik balanceer voortdurend op een wiebelende hangbrug. Aan de ene kant was alles wat ik had en aan de andere kant ligt alles wat ik zal zijn. Meer is er niet in het leven.
Hierzie, hekel-, treur- en kreupeldichten van 2002 tot 2022.
Fragment:
Imagien
Voor sommigen vliegt de tijd
maar voor jou staat hij stil
zodat je door een roze bril
ziet hoe ik warmte over je spreid.
Vanaf de 15de eeuw werd het Vlaams toonaangevend vanwege de veroveringspolitiek van de Vlaamse graven en de bloei van de haven van Brugge en Gent. Het Brabants kreeg meer aanzien door de Bourgondische graven die in Brussel het hof maakten. De oprichting van de Leuvense universiteit en de groei van de Antwerpse haven bepaalden de omgangstaal. Toen door godsdiensttwisten rijke en geleerde burgers uit Vlaanderen en Brabant naar Nederland trokken ontstond uit hun Hollandse dialect onze standaardtaal. Hoge ambtenaren en handelaars spraken die taal in beperkte kring, maar boeken- en toneelschrijvers zorgden ervoor dat ze over heel Nederland werd verspreid, ook de vertaling van de bijbel hielp daarbij. Na de Franse bezetting rond 1800 werd het Frans de taal van de burgerij en het Vlaams de taal van het gewone volk. Geleidelijk won het Vlaams aan belang en sloten de Vlamingen zich aan bij hun noorderburen. De ene moeilijke spelling volgde de andere op. Uiteindelijk legde België in 1946 bij Koninklijk Besluit de spellingsvoorschriften van Marchant op voor onderwijs en overheid. Sindsdien zorgt het Nederlands voor eenheid, hoewel de dialecten zullen voortbestaan.
Als beginneling-schrijver moet je niet alle regels klakkeloos overnemen, want onze taal is persoonlijk en voortdurend in verandering. Veel woorden die de Nederlanders normaal vinden, klinken voor Belgen niet als muziek in de oren. Ook hun spreuken en gezegdes hebben hun eigen oorsprong en doen menig Belgische wenkbrauw fronsen.
Als je Nederlanders als toekomstige kopers van je boeken ziet, leer dan het Nederlands tot in de puntjes. Als je hun schuttingwoorden onder de knie hebt, ben je gegarandeerd al halfweg. En als je van plan bent een thriller of misdaadroman te schrijven, zorg dan dat je op de hoogte bent van het reilen en zeilen van het politieapparaat. Fris je teksten op met woorden die de doorsneemens niet gebruikt of waarvoor een couranter woord bestaat, met het risico natuurlijk dat de lezer ze niet kent. Zowel in Nederland als in Vlaanderen is God niet van zijn voetstuk te stoten, maar wankelen doet Hij wel. Toch zal Zijn naam in allerlei uitdrukkingen nog lang in onze voertaal blijven hangen.
Mensen zeggen veel, ze lullen ook. Mensen schrijven heel wat, met spellingfouten of niet. Het zouden niet alleen maar woorden mogen zijn. Er zou een zekere waarheid boven de geschreven teksten moeten uitstijgen. Maar slaag ik daarin door mijn ondenkbare dromen te vertellen?
Dit is geen sciencefiction, en toch vertel ik over ruimtereizen. Ik schrijf niet louter non-fictie, ik kan mijn geschrift zelfs wetenschappelijk noemen. Het is ook geen handleiding, maar nu en dan wil ik de lezer bij de hand nemen, dan ben ik een tikkeltje belerend. Ik ga op weg om dingen te veranderen, maar mijn avontuur dient tot niets.
Een niet getrouwd koppel kijkt terug op vijftien jaar samenwonen en hun conclusie is: beter met de motorhome eropuit trekken dan thuis ergernissen trotseren en mokken dat de oren ervan afvallen. Wanneer de man bekomen is van een aantal schermutselingen met enge soortgenoten waarvoor hij geen zinnige verklaring kan bedenken, stelt zijn vrouw voor het licht in de duisternis elders op te zoeken. Zo komen ze op het idee om de vier actieve vuurtorens aan de Belgische Kust te bezoeken. Misschien zijn hun stralenbundels als wegwijzers naar het rechte pad.
Fragment:
Bijna in Hoofdplaat merkte Marlous op dat er een heleboel felgekleurde huisjes met uitkijktorentjes aan de linkerkant van de weg stonden. Iets verder kwam de verklaring in de vorm van een bord: KUSTPARK VILLAGE SCALDIA. Het leek hen leuk om een wandeling door het park te maken, ook al waren ze op doorreis en logeerden ze niet in een van de vakantiehuisjes. Ze hadden er in feite niets verloren. Op hun wandeltocht vonden ze een ronde trampoline die vast geankerd zat in de grond. Koos kon er niet voorbijlopen zonder ze uit te proberen. Hij sprong het hart uit zijn lijf. Hoger en hoger sprong hij. De lucht onder de trampoline zuchtte windjes terwijl fluffy wolkjes boven hem voorbij roeiden. 'Zie hier, ik ben een op-en-neer,' riep Koos de woordenspeler.
Lezen komt van pas wanneer je op facebook zit, op het internet surft of je smartphone gebruikt wanneer je niet belt. Of je leest een krant, want je informeren kan nooit kwaad. Mijn raad? Ga wat dieper in op de besproken onderwerpen en bepaal je mening, als voorbereiding op wat je van plan bent met je leven. Ook door dit boek te lezen betrapt de lezer zich misschien erop dat hij verkeerd bezig is. Of net goed, dat kan ook.
God heeft vele namen. Ik ben niets en niemand tegelijk. Jij, je en jullie, zij, ze en ons, aardbewoners, dat zijn wij. Met wij bedoel ik niet altijd iedereen, alleen mensen zoals ik, en misschien zoals jij. Dit verhaal is een poging om mensen in een ideale wereld te zetten. Zij beleven hun leven naar believen, volgen regels of niet, en gaan dan dood.
Genesis. Synopsis. Apocalyps. Inderdaad, de Bijbel heeft alles wat een goed verhaal moet hebben: een sterk begin, niet echt een beknopte inhoud maar wel een geloofwaardig midden, en een hallucinant einde.
Ook dit manuscript is een aaneenschakeling van bizarre verhaaltjes en betweterige bedenkingen. Er zit veel waarheid in, dat is zeker, en dat lezers ertegen gekant zullen zijn, dat is onvermijdelijk. Het is allicht leesvoer voor de minder oppervlakkigen van deze wereld.
Fragment:
De ruimtesteen heeft een immense deuk in de aarde geslagen, de Burcklekrater. Hij ligt onderzees, bijna vier kilometer diep, en de diameter ervan is dertig kilometer. Had hij een gat geslagen, dan was het hete binnenste van de aarde wellicht eruit gevloeid. De wereld zou zijn leeggelopen door magma en lava te braken en assen te regenen, en vervolgens zou ze van de hitte tot een krent ineengekrompen zijn. Dat is gelukkig niet gebeurd. Maar waar Nino en Nina ook gaan, er zal altijd allerlei onheil boven hun hoofden hangen.
In het boek Winterhutje vertel ik mijn beschimmeld leven van 1960 tot 2016 omdat ik meer en meer doordrongen raak van de ledigheid van mijn bestaan. Toch mag ik dat nuanceren, want zonder mij, een puzzelstukje of onderdeel, is er geen puzzel, geen geheel.
De drang om mijn gedachten wereldkundig te maken is groot. Ze bepalen wie ik ben en hoe ik dat ben geworden. Ik doe alsof het mijn memoires zijn. Ik lieg niet, draai niet rond de pot. Ik vertel de volledige waarheid. De motorfiets brengt me waar ik wil, hij is mijn tijdmachine en ruimtetuig in één.
Ik was buitenaards, maar in 56 jaar ben ik heel erg aards geworden. Ik was de hele tijd online en heb mijn vrolijke berichten de wereld ingestuurd, maar totnogtoe is er geen enkele reactie teruggekeerd. Dus ik maak me klaar om te vertrekken, hoewel ik me een tijdje thuis voelde bij het aardvrouwtje.
Mijn naam is niet belangrijk, want hij is niet uit te spreken noch te beschrijven in de aardse taal. Ik voel me een onderwereldfiguur uit midden-aarde, een trolachtige of een draakachtige, maar zeer zeker een lelijkaard. Waarom niet de duivel in vermomming?
Fragment:
Ik staarde naar de amper verduisterde zon. Het wolkendek verstrooide het zonlicht waardoor de waarnemingsindruk bijna nihil was. Teleurgesteld ging ik even een winkel binnen om inkopen te doen. Toen ik weer buitenkwam piepte de zon waarachtig door het wolkendek heen en kon ik zonder bescherming in de door de mist gefilterde zonneschijf nog een serieuze hap van de maan zien. Een man keek me raar aan omdat ik een foto van de volgens hem oninteressante wolken maakte. Het was vreemd dat menig mens rondom me totaal geen oog had voor de opzienbarende verschijning aan de hemel.
Heel lang geleden vroeg ik me af of ik een vrouw zover zou krijgen om met mij in de boot te stappen. En zoals verliefden meestal liefdesbrieven naar hun allerliefste sturen, zo probeerde ik mijn liefdesuitingen in gedichten te gieten. Het resultaat zou je rijmelarij kunnen noemen, want aan het aantal blauwtjes die ik heb gelopen te oordelen, was mijn dichtkunst niet fameus.
Toch goot ik in 2000 mijn zielenroerselen in dichtvorm en bundelde ze in Spiegelzone. Mijn moeder las het boekje en was erdoor verrast. Mijn schoonzus vond mijn gedichten zonder meer leuk. Ten einde raad legde ik ze mijn broer voor, want hij publiceert poëzie in zijn tijdschrift van en voor rare kwasten. Zijn verdict kwam hard aan. Ik kon me beter toeleggen op proza, misschien lukte dat wel, ooit. Hubert hanteert namelijk het vrije vers. Voor hem moet een gedicht niet rijmen, hij heeft zelfs liever dat het dat niet doet. Het gewone woord verheffen tot poëzie, dat is zijn doel.
Dichten is aartsmoeilijk als ik niets van het onderwerp afweet. Het zijn de kleine details die ik moet kennen om tot een samenspel
van zinnige en onzinnige woorden te komen. Ik zie het dichten als zingen in mijn eentje, in bad bijvoorbeeld. Niemand hoort me en toch is er die hoop dat mijn gezang via de buizen van mijn huis tot bij de buren geraakt, waar mijn lied in resonantie komt met eensgezinde breinen.
Veel plezier met deze hekel-, treur- en kreupeldichten van 1992 tot 2002.
Fragment:
Mensenwensen
Wees vrolijk, zalig en blij, leer het kind het spel spelen,
maar vergeet vooral niet de hemel in te schieten
en heelhuids terug te keren.
Opnieuw slaagt familie erin me te inspireren tot het schrijven van een boek. Het heeft iets met de winter te maken, ook met een woordspeling zoals in De droene bliender.
Maar het te behandelen onderwerp is te delicaat om zomaar aan iedereen uit te leggen, al ga ik taboes niet graag uit de weg.
Ik begin met een schrijfoefening vol plotwendingen die me niet aanstaan. Ik vertel daarom over mezelf. Vrouwen heb ik verleid, maar de liefde heeft me misleid. Platonisch verliefd zijn is niet ideaal, maar ik heb er veel kracht uitgehaald en zie mezelf nu liever dan ooit.
Ik verzin niets over mijn liefjes tegen wil en dank. Elk onderdeel van dit verhaal is gesproten uit mijn belevenissen met die vrouwen en niet uit mijn fantasie.
Fragment:
Het lijkt erop dat de liefde langzaam uitdooft; niet voor niets scheidden mensen om de haverklap. Maar als Pernila Quark het nog maar had kunnen vermoeden dat ze ooit genoeg van mij zou krijgen, dan was ze op 25 oktober 2005 geen negentig procent toegenegen om mij, Igrec Zet, een kus op de mond te geven.
Als we kinderen hadden geschapen, hadden we als ouders kunnen bijdragen aan een betere maatschappij, maar de wereld waarin we leven is goed genoeg. Elke zeven jaar ruim ik de zolder op. Dat doe ik ook met de garage, om plaats te maken. Want ik reis licht. Als ik genoeg geld had zou ik dat in een Sunbeam Alpine Fastback Coupé uit 1970 doen.
Vroeger kerfde ik uit verveling allerlei dingen in de houten banken op school. Meestal tekende ik een mannetje met piekhaar dat nieuwsgierig over de schutting kijkt, toevallig hetzelfde figuurtje dat aan het einde van elk bericht van Gita prijkte. Wie Killroy ook was, hij was hier.
Stel dat je arm tijdens het skiën uit de kom raakt, ga je dan naar huis of probeer je er het beste van te maken? Je zou kunnen zonnen, muziek beluisteren, een boek lezen, of de omgeving verkennen.
Heel fascinerend is de fantasiewereld van een kind dat je toevallig ontmoet. Het zal je maar overkomen dat je tijdens een winkelbezoek een ex-lief tegen het lijf loopt. Dan sta je er alleen voor en zal alleen de liefde voor je thuisgebleven vrouw je op de been houden.
Een fervente skiër gaat op de eerste dag van de vakantie hard onderuit. De rest van de week zal hij zich met iets anders moeten bezighouden, want zijn vrienden zijn gekomen om te skiën. Zijn vrouw had hem kunnen opbeuren, maar zij is thuisgebleven. Op wandel door het dorp ontmoet hij een meisje van bijna vijf. In een gulle bui koopt hij haar een nieuwe knuffel omdat haar beer versleten is.
Via haar familie komt hij in contact met een opmerkelijk kunstenaarskoppel dat erin slaagt zijn wereld bont te kleuren, alleen is het jammer dat een toevallig ex-lief de vakantie komt verpesten.
Fragment:
In de film Syriana zegt een Pakistaanse jongen die door moslimfundamentalisten gerekruteerd is om een zelfmoordaanslag uit te voeren: 'Moge de volgende wereld de ware zijn.' De zevende hemel hoeft niet voor me open te gaan. Levend verbranden zie ik niet zitten. Ik wil niet dat een freak me in stukken kapt terwijl ik al dood ben, zoals het ongelukkige slachtoffer in het boek 7th Heaven. Ik verlaat me niet graag op een god. Liever fiets ik naar een kapel en blijf buiten staan om de invloed van het Grenzeloze Onbekende Ding te voelen. En dan maak ik natuurlijk tijd om niet alleen Onze-Lieve-Heer-vol-van-genade maar ook Onze-Lieve-Vrouw-vol-barmhartigheid te bedanken voor zoveel geluk en liefde in mijn leven.
Rowena.
Als kale man begrijp ik niet dat een negen jaar jongere vrouw met stralende lach op me kon vallen. Verliefd zijn is niet zo moeilijk, wel gewend raken aan elkaars gewoonten. Nu ik me uitgebalanceerd voel, kan ik ons verhaal vertellen.
Onze chemie werkt en een kind opvoeden zou geen problemen scheppen, alleen zijn we elkaar iets te laat in ons leven tegen het lijf gelopen. Ik stel me voor dat het adopteren van een kind wel eens een grote duik in het niets zou kunnen zijn. Alle koppels met kinderwens zijn hierbij gewaarschuwd.
In het mausoleum van Napoleon te Parijs meent een pleegkind zichzelf op een wandtapijt te herkennen. En een hardnekkige droom over een paars licht en fluitende vogels maakt haar onzeker over haar verleden. In Clervaux, tijdens de begrafenismis van een tante van haar pleegvader, raakt ze helemaal van de kaart wanneer ze haar tweelingzus herkent in het meisje dat voorleest.
De zoektocht naar het kind brengt haar achtereenvolgens naar de abdij van Clervaux, het kasteel van Neuerburg en een pakhuis niet ver daarvandaan, waar ze niet alleen de betekenis van haar paarse droom te weten komt maar ook de moordenaar van haar ouders.
Fragment:
'Par l'oiseau le foret chante, par l'oiseau dansent les eaux, tout ce qui chante ou qui danse à l'âme d'un oiseau,' zei Gie. Han keek hem verbaasd aan en vroeg: 'Heb je dat zelf verzonnen?' 'Nee, een zekere Armand Bernier, een creatieve Belg.' 'Het is een mooie zin.' 'Dat vind ik ook, daarom heb ik hem vanbuiten geleerd.' Toen ze bijna aan de ingang waren, zagen ze tot hun grote verbazing een gestalte op de stenen zuil van de poort zitten, in het licht van de vollemaan en de sterren. Op de rechterschouder van die persoon zat een vogel. Een duif of een kauw? Het kon ook een merel zijn. 'Roos?' riep Han. De vogel vloog op. Het meisje schrok hevig en viel bijna van de zuil. Mistslierten palmden de abdij in.
Ik heb heel wat in familieverband gereisd. Ik had nooit kunnen vermoeden dat de vakantie zo hectisch zou zijn en daarom vertel ik mijn verhaal op een speelse manier.
Een sinister kasteel mag niet in het decor ontbreken, en zonder de ongelooflijke naïviteit van de hoofdrolspelers zou het verrassingseffect nooit groot genoeg zijn.
Op vakantie in Frankrijk lijkt niets een familie te kunnen raken, maar op de vijfde dag teistert een brand de vakantiewoning en moeten de bewoners vluchten. Ze hopen soelaas te vinden bij de eigenaar van het huis die in het plaatselijke kasteel woont, maar ze stuiten er op weerstand. Op de koop toe gooit een van de ex-lieven van de dochter roet in het eten. Maar haar huidige vriend kan gelukkig het complot ondergraven.
De familie speelt het spelletje mee en ze raken verzeild in een grot waar vermeende bovenaardse krachten heersen. Daar komen ze achter de ware toedracht van hun hachelijke avontuur.
Fragment:
Zittend aan de ontbijttafel vraag ik me af waarom ik me zo moe voel. Wellicht ligt dat aan de pil die ik heb ingenomen tegen de tranende ogen; op de bijsluiter stond dat je er slaperig van werd. Ik heb mijn vrije dag, en Patrisse heeft de trein van 08u06 genomen om te gaan werken. Ook al zitten er twintig kilometer vuile lucht, hopen bakstenen en andere hindernissen tussen ons, wij houden van elkaar zoals nooit tevoren. De reis naar Tornac was onvergetelijk en verdient het op papier te staan. Ik vind echter het relaas over mijn samenwoonproject belangrijker. Patrisse is de ware, en wij zullen er alles aan doen om het vuur in onze relatie brandend te houden. Veel mensen vinden een boek niet goed als het einde hen niet bevalt. Ik vind dat de schrijver de lezer moet lokken om met hem mee te gaan naar een andere wereld. Je moet je aan het einde uit dat verzonnen universum terugtrekken en blij zijn dat je erbij was. Dat noem ik leesplezier.
Jezus is verrezen en zijn boodschap is duidelijk: leef niet voor jezelf maar voor anderen. Door samen kerstbrood te eten? Dat is moeilijk als je geen gezin hebt. Stel je voor dat je een gescheiden vrouw bent, dat je geheime relatie met een collega op zijn einde loopt, dat een vriend je op de trein verdedigt tegen handtastelijke mannen en dat hij romans schrijft die jij mag nalezen.
Verstokte roker of niet, er rest je enkel tot Onze-Lieve-Vrouw van de Altijddurende Bijstand te bidden opdat je mag blijven tot de zon uitdooft.
Een vrijgevochten vrouw overleeft een hachelijk verkeersongeval. Ze probeert haar oude leventje weer op te pakken, maar haar amoureuze perikelen bezorgen haar voortdurend grote kopzorgen. Haar vriend speelt met haar gevoelens en ze lijdt onder zijn arrogante gedrag.
Gelukkig ontmoet ze op de trein een man die erin slaagt haar op te vrolijken. Wanneer ze een gestolen gsm vindt, raakt ze op de koop toe verwikkeld in de verdachte praktijken van gevreesde bandieten. In een poging het hoofd boven water te houden, vindt ze de ware liefde.
Fragment:
Met Charel Dooms hadden we ooit een louterend gesprek gehad in de tuin van het klooster in Kerniel. Hij vocht voor de toekomst van de aarde. De meerderheid van de mensen liet zich misleiden, vond hij, ze zochten enkel vertier. Hij had gelijk. Iedereen moest een steentje bijdragen aan een nieuwe aarde, een waar het aangenaam vertoeven was en waar er geen miljoen mensen per jaar stierven door de hand van een ander. Om zin aan je leven te geven moest je het liefdesgevoel verspreiden over de hele wereld. Het schilderijtje met de wereldbol in de handpalm van een reusachtige hand hadden we boven ons bed gehangen.
Ik ben gek van getallenmagie. Een goed voorbeeld is de verhouding tussen mijn leeftijd en die van twee vrouwelijke collega's. Als ik daar de leeftijd van mijn nichtje bij optel, begint de wereld te stralen en lijkt alles wel toverij. Mijn driehoeksverhouding groeit uit tot een nieuwe kosmische constante die bepaalt hoe alles naar een hogere vorm kan evolueren. Ga mee naar een plek waar niemand van is teruggekeerd.
Op een begrafenis vloeien niet alleen tranen maar blikken ook lachende mensen terug op het leven van een geliefd man. Wat ze niet op de koffietafel verwachten is zijn geest. Zijn nichtje is ook getuige van de verschijning. Zij probeert samen met zijn twee liefste collegaatjes uit te zoeken wat hem heeft bezield. Wenst hij passend afscheid te nemen van zijn dierbare treinvriendin? Zoekt hij een einde voor zijn onafgewerkte misdaadroman? Wil hij de vrouwen confronteren met de moorddadige kant van de wereld? Of leidt hij hen onwillekeurig naar de deur van het eeuwige leven?
Fragment:
Dinges schudde zijn hoofd. Hij geloofde in het spirituele en dat hij met de ziel van een mens in contact kon treden, of omgekeerd. Helaas draaide elke zaak uit op het screenen van verdachten en het samenstellen van hun voorgeschiedenis. Ineens viel hem iets op – de andere rechercheurs waren te druk in de weer om het te zien. Rond het hoofd van het dode meisje verscheen een blauwe lichtkrans. Het leek op een aura voor zover hij wist hoe die eruitzag. Hij wilde iets zeggen, maar zijn stem brak. Dit zien maakte hem tijdelijk vleugellam.
De eerste serieuze gebouwen in onze contreien waren abdijen, en na een bezoek aan de schatkamer van de kerk van Susteren, waar vroeger de kerk van de stiftabdij stond, besloot ik de heiligenaanbidding onder de loep te nemen. Hoewel er maar weinig van de vroegere volksdevotie is overgebleven, worden allerlei relieken nog steeds verhandeld alsof het schatten zijn. Maar ik ga liever op zoek naar de kracht van relikwieën, en misschien vind ik een manier om ermee terug in de tijd te reizen. Stel nu eens dat ik dat kan, misschien kan ik de wereld dan verbeteren. Misschien wijst een dood kind me de weg naar die andere wereld.
Een politierechercheur ontdekt in de bossen rond Genk het lijkje van een gehandicapt meisje. Onder haar lichaam ligt een kogelhuls met een briefje erin verstopt waarin iemand vrede op aarde wenst. De speurder is er zeker van dat de manier waarop iemand sterft hem iets kan leren over de dode. In zijn poging om de reden van de noodlottige dood te achterhalen krijgt hij hulp van reusachtige wezens die op heiligen lijken. Door hun sumiere aanwijzigingen ziet hij een verband tussen de boodschap bij het lijkje in Genk en de boodschap van een vermist meisje uit Susteren. Hij is ervan overtuigd dat hij de moordenaar van het gehandicapte meisje zal vatten als hij de ontvoerder van het weeskind vindt.
Fragment:
Jerome begreep eindelijk dat de zin van zijn leven hijzelf was. Hij bedankte zichzelf voor dit zandkorrelbestaan. Zijn stilzwijgen sprak voor zich. Het lot van de grote zondaar was bezegeld. Jerome had de discipel die kinderen vrat, eindelijk gevonden.
Volgens Plato zijn het ware, het goede en het schone de hoogste ideeën, en de dingen uit de waarneembare werkelijkheid zijn daar gebrekkige afspiegelingen van. De mens ziet dingen die er niet zijn en zoekt zaken die niet bestaan, ook in de liefde laat hij zich een rad voor de ogen draaien. Bij Rusland denkt iedereen aan de weidse taiga, niets dan natuur en nauwelijks mensen, maar veel dichterbij ligt een land waar je minstens twee kilometer van alle verkeer verwijderd bent. Dat is mijn rustland. Ik stel me voor dat ik er woon en dat het mijn thuisbasis is om excursies te organiseren naar religieuze plekken in België.
Een kluizenaar voert experimenten uit in de kelder van zijn hoeve aan de Maas om te weten te komen hoe hij iets uit de dood weer levend kan maken. Dat lukt hem niet, maar hij vindt wel een kaartje aan een neergedaalde ballon waarop een kind een goed rapport wenst. Zijn zoektocht naar de afzender ervan brengt hem bij een weeskind in Susteren. Opeenvolgende vreemde ervaringen laten blijken dat het kind in contact kan treden met gene zijde. Bij hun poging haar overleden ouders te groeten, verdwijnt het meisje spoorloos.
Fragment:
'Wat doe je? Laten we die zottin gaan?' vroeg Betty. 'Ze heeft niets gedaan. Ik neem de schuld op mij,' zei Vic. Betty zag in dat ze in haar eentje de vrouw niet meester zou zijn. Gezwind sprong ze van Aïcha af en veegde het stof van haar kleren. Zonder afscheid van de vrouwen te nemen wandelde hij de kerk uit. Hoe hij thuis zou komen was niet belangrijk. Hij had een troost: Elisa was weer bij haar ouders, in de hemel.
Christenen, joden en moslims, aanbidden zij niet allemaal dezelfde god? In een van mijn vriendinnen herken ik Dulle Griet, een apocalyptische figuur uit een schilderij van Brueghel en zinnebeeld van het kwaad, en daar tegenover zie ik mezelf als Sint Maarten, de goedheid zelve. Kunnen wij niet zonder elkaar bestaan zoals goed en kwaad? Wat heb ik in godsnaam aan oud worden? Laat ik eens jong sterven. Oud hout kappen, licht maken, me opofferen voor het grotere doel.
Een ex-kapitein-piloot van het leger leidt een vervoersbedrijfje. Zijn vrouw heeft hem verlaten toen hij nog volop genoot van zijn uitspattingen bij de luchtmacht. Tijdens een verhuisopdracht dreigt de politie hem in te sluiten, maar hij kan hen afschudden. Op zijn vlucht komt hij toevallig een vriendin van een van zijn werknemers tegen. Zij gelooft zijn verhaal en besluit hem te helpen bij het zoeken naar de echte criminelen. De computer van zijn overleden oom leidt hen tot bij een waarzegster, die hen regelrecht in de armen van een louche bende stuurt.
Fragment:
Wat iedereen aanvoelde had Francis Bacon netjes opgeschreven: 'Op een goede dag gaan we allemaal dood.' Niemand zou victorie kraaien. De draak zette zijn witte masker op en begroette me met een misselijk makende grijns. Het geweer knalde en doorzeefde me. Daar ging ik, oom Freek en Griet achterna. Eindelijk zou ik te weten komen waarom hij mij naar het boomgraf had gelokt en wie zijn Gravida was. Ik kon me geen groter doel voorstellen waarvoor ik me wilde opofferen. Het was voorbeschikt.
Hoe meer ik over de wereld te weten kom, hoe minder ik het geloof in een god nodig heb. Daarom dit bedorven misdaadverhaal. De magie van het stoplicht loopt als rode draad erdoor: rood is stoppen, groen is doorgaan, en oranje is je reppen. Er staan heel veel kapelletjes in België. De meeste mag je niet binnengaan, maar je ziet wel dat een onzichtbare hand ze goed onderhoudt. In dat goddelijke landschap heb ik een seriemoordenaar gezet, maar hij is tegelijk ook het slachtoffer.
Een wandelaar zoekt rust na een afgebroken liefde. De enige gezellen tijdens zijn wandelingen zijn de zangers en zangeressen die hem via zijn mp3-speler raad inspreken. Hij vraagt zich af hoe het zo ver met de menselijkheid is gekomen. Moderne mensen zijn niet beter dan Kelten, Romeinen of Noormannen. Seks is de drijfveer achter alles. God is de controle over zijn schepping verloren, het is nu de wetenschap die zijn schaapjes telt. De wandelaar laat zich verleiden door het duiveltje in hem en botviert zijn moordlust op andere wandelaars. Zijn betrachting? Zichzelf tegenkomen om snel van zijn liefdesverdriet te genezen.
Fragment:
'Bid voor de ziel van Zaliger Bran Vermolen, jonkman, lid van den Bond van het H. Hart en lid der Broederschap der H. Drievuldigheid, die geboren te Kinrooi, den 11den juli 1885, na een dom verkeersongeval te Hasselt is gestorven, den 12den december 1954, gesterkt door al de genademiddelen onzer Moeder de H. Kerk. Omdat hij als goede en getrouwe dienaar in kleine zaken getrouw aan Ons-Heer is gebleven, zal hij nu mogen binnen treeden in het huis des Heeren en daar de grootere zaken beheren.' Vanuit het hiernamaals hoorde ze Bran met luide en tevens blijde stem zeggen: 'Dierbare zusters en broeders, familie en kennissen, troost u over mijn heengaan. Blijft veel bidden en offeren voor mijn zielenrust en uw aller zielenheil, totdat wij elkander terugzien in de eeuwige vreugde des Heren.'
De evolutie van de mens bracht me bij de evolutie van de plant en daaruit vloeide het idee van een wandelende boom. Nadat ik nog maar een glimp had opgevangen van het astronomisch uurwerk van Kamiel Festraets in Sint-Truiden raakte ik geobsedeerd door de evolutie van de machine. Het boek Mister X van Peter Straub inspireerde me om mensen zoals meneer Ballonvaarder, meneer Plant en de meneren Klok&Kloon te verzinnen. De toepassing van de kloneertechniek naar de mens toe wil ik hekelen. Maar ik wil wel het gekloneerde kind de slechterik laten spelen.
Dit verhaaltje is ook een liefdesavontuur met een portie seks, een snuifje humor en als afmaker wat horror in de vorm van reine waanzin, bloedspetters en vleesetende planten. Een recept dat het water in je mond doet lopen.
Een Belgische man leert op vakantie in Kreta een Nederlandse vrouw met dochter kennen. Terug thuis houden ze contact met elkaar ondanks de grote afstand tussen hun woonplaatsen. Als gelegenheidslifter maakt de man kennis met een Russisch meisje van bijna zeventien. Haar ouders organiseren ballonvaarten en nodigen hem uit om mee te vliegen. Helaas draait zijn luchtdoop op een ramp uit. Wanneer zijn Nederlandse vriendin niet meer op zijn telefoontjes en elektronische berichten reageert, organiseert hij een zoektocht samen met zijn Russische vriendin. Op een eiland aan de monding van de Schelde hopen ze de vermisten terug te vinden.
Fragment:
Ineens weerklonk een kinderlijke stem – en het was niet die van een van de kinderen – die zei: 'Jullie moeten oprotten, want hier zijn wij de baas.' Ik schrok hevig en Uma zocht bescherming bij mij. ‘Heb je dat gehoord?' vroeg ze. Ik knikte en begreep dat 'wij' de planten waren. En bedoelden ze ons met 'jullie'? Opnieuw hoorde ik het stemmetje roepen: 'Jullie zijn dwazen.' Bedreigde Hanneke ons vanuit haar plantenwereld? Nena en de kinderen hadden niet in de gaten dat Uma en ik achterbleven.
Het huwelijk van kroonprins Philip van België met Mathilde zette me ertoe aan het over prinsen en prinsessen te hebben. Mijn voorkeur voor oude kastelen en mijn afgunst voor torenhoge gebouwen - wat sneu voor de Twin Towers van New York - dwong me om over stenen en steden te vertellen.
Hoe efficiënt werkt mijn lichaam? Stuurt het mijn driften en bepaalt het mijn mentale gezondheid? Of ben ik door een kok in elkaar geklutst? Recept? Fantasie? Verhaal? Ik zal me op mijn woordenschat laten drijven, en op de oevers zullen zich twee verhalen afspelen, een echt en een onecht. Er zal genoeg fantasie zijn, zonder buitenaardsen, en amoureuze ontmoetingen die pieken.
Een prins in een koninkrijkje, singel en belast met allerlei protocollaire bezoekjes, slaagt er niet in de opkomst van de steden tegen te gaan. Bovendien lukt het hem niet de vrouw van zijn dromen te vinden. Hij kapt met zijn gemakkelijke leventje en komt in contact met een vrouw die de rol van een prinses perfect zou kunnen spelen.
Met de hulp van de kinderen van zijn broer raakt hij verzeild tussen twee werelden. Zijn buitenzintuiglijke reisjes escaleren in een zoektocht naar woorden die op hun beurt een weg vrijmaken naar een bijzondere stad. Daar zal hij zijn evenwicht terugvinden.
Fragment:
Spontaan herinnerde ik me de zeven muzieknoten op de wolkenkrabbers, de zeven steden van Moe. Ik had korte metten gemaakt, ik had iedereen de metten gelezen, de eerste van de zeven kerkelijke getijden. Zeven. Ineens verscheen Anna's mooie kopje in mijn blikveld. Ze stond voorovergebogen over het bureau en haar gezicht hing niet verder dan tien centimeter van dat van mij. 'Kan ik je met iets van dienst zijn?' vroeg ze. Ze was dartel. Ik dacht even na en vroeg: 'Wil jij voor mij een kindje baren?' Haar glimlach viel weg. Zeven woorden bleven.
De aanzet tot dit verhaal was mijn fascinatie voor de smalle handen van de meeste vrouwen en mijn drang om misbruik van kinderen te hekelen, zo van: handen af. Op vakantie in Normandië merkte ik dat de militaire kerkhoven er niet te tellen zijn, maar dichter bij huis vond ik de 18-daagse veldtocht van 1940 interessanter. Wordt er oorlog gevoerd voor rechtvaardigheid?
Velen van ons maken creatieve dingen, maar niemand vraagt zich af waarom we dat doen. Ondanks het feit dat ze doodgewone zaken zonder leven blijven, raken ze soms bezield. Waarom steekt iemand zichzelf voor zijn volk in brand? De ultieme bezieling? Pas wanneer ik dat begrijp, zal ik zelfopoffering zien als een mogelijke weg naar onsterfelijkheid.
Een man leeft intens naar zijn ontmoetingen met de twee mooiste vrouwen die hij ooit tegen het lijf is gelopen, maar wie moet hij kiezen? Voordat hij de grote stap zal maken, wil hij graag het oordeel van zijn omgeving horen.
In plaats van een klare toekomst tegemoet te gaan, haalt een duister verleden, diep in zijn brein begraven, hem in. Hij neemt zich voor eerst dat oude verhaal uit te spitten, want anders zal zijn vrouwenkeuze faliekant aflopen. Toevallig sturen smalle vrouwenhanden hem naar een plaats waar doden vallen, zonder daarvoor misdaden te moeten plegen.
Fragment:
Ik dacht terug aan de zomerzonnewende op 21 juni toen we naakt rond het meer van Bütgenbach hadden gelopen, als voorspel op wat onherroepelijk zou volgen. 'Bedankt Gitte, je bent een schat,' fluisterde ik haar in het oor. Ze keek me aan alsof ze eindelijk begreep dat iemand haar zomaar graag kon zien. Ineens knalde het, als een tekstballon in een stripverhaal, geluidloos. Brak er een nieuwe oorlog uit? Stukken vlees en druppels bloed pletsten in mijn gezicht en ik kon amper geloven wat ik zag. Gittes buik was opengereten en binnenin tuurde een diepzwart oog me aan. Daar had je de horror. Dood door haar eigen hand en door die van een ander. Ik.
Een vroegere vriendin die niet wist of ze nu wel of niet van me hield was de grote inspiratiebron voor dit verhaal en ik noem haar Kaat. Voor iemand die het Nederlandse Kaatsheuvel kent is het geen grote stap om zich Kaats heuvels voor de geest te halen. Maar ik zie ook de robot in haar omdat ze voorgeprogrammeerde dingen deed.
Turing, een wetenschapper uit de vorige eeuw die zich bezighield met geheimschriften en computercodes, dacht het onderscheid te kunnen maken tussen een mens en een machine, enkel door hun antwoorden op zijn vragen te evalueren, maar zo eenvoudig ligt dat niet. Kaat doet me kaatsen, maar gelukkig trekt de zwaartekracht me terug.
Een man en een vrouw werken bij een beveiligingsfirma in het noorden van Limburg. De man is helikopterpiloot en voert reddingsoperaties uit. De vrouw staat in voor de veiligheid van de computersystemen. In hun dode tijd spelen ze computerspelletjes en contact onderhouden ze via de elektronische post.
Een kink in de kabel zorgt voor communicatieproblemen, maar als die eenmaal opgelost zijn kunnen ze veel beter met elkaar opschieten. De man ontvangt een mail die niet voor hem bedoeld is en komt ermee een louche bende op het spoor. De wereld dreigt te verduisteren, maar alle wegen leiden naar een sprookjesland.
Fragment:
'Ik heb eindelijk een goede naam voor onze hond gevonden,' riep Bert. Kaat keek ontroerd naar het tweetal op de vloer. Niet haar hond Netta maar haar liefste kat had ze meegenomen. Ze lag met haar kopje op de buik van de Rottweiler zonder naam. Hun trillende lijven verrieden dat ze droomden. Kat en hond bewandelden hier dezelfde wegen. 'Vertel eens,' zei Kaat. 'Wat dacht je van Enigma?' De hond schrok uit zijn droom op en keek achterom. Hij begreep dat er niets aan de hand was en legde zijn grote kop weer op de warme vloer.
Tijdens een wandeling aan de Maas viel het op dat de mist geluiden versterkte. Ik bedacht dat in de mist horen hetzelfde klinkt als in de misthoorn. Kon ik de vrouw van mijn dromen lokken door op een misthoorn te blazen? De kinderen van mijn broer verlangden al langer naar een tante, en misschien kon ik die vinden in het kasteel van Bokrijk? Of in de grote molen? Last but not least heeft het boek over Don Quichot me klaargestoomd om tegen windmolens te vechten en platonisch verliefd te worden.
Ik ben ervan overtuigd dat ik met mijn verstand naar elke plek in het heelal kan reizen zonder tijd en ruimte tot een wormgat te moeten buigen. Vandaar dat ik in dit verhaal de mistige wereld van onwaarschijnlijke wezens en plaatsen bezoek en er terloops een waarheid als een koe opvang.
Een vrijgezel stelt zich al zijn leven lang vragen over de zin van het leven. Op een dag brengt een fietstochtje hem samen met zijn neefje en nichtjes aan de rand van een natuurgebied. Uit een mistige wereld doemt een pittoresk kasteel op.
De kinderen zijn ervan overtuigd dat de bewoner er hun liefste schooljuffrouw gevangen houdt en willen dat hun oom haar bevrijdt om ermee te trouwen. Ze dringen het schijnbaar verlaten kasteel binnen en onderzoeken alle kamers. Een of ander mechanisme slingert hen door tijd en ruimte en zo verzeilen ze in een oud liefdesverhaal.
Fragment:
Ik wilde voor één keer dat we ons konden gedragen als een verliefd koppel in een boek dat slechts een leven gegund was tot aan de laatste zin op de allerlaatste bladzijde. Dan mochten de vlammen eindelijk aan het papier likken en alle onbenullige personages naar de verdoemenis helpen. Ik liep terug naar het verandaraam, schoof het open en stapte de tuin in. Meteen zat ik gevangen in een dikke mistlaag. Ik strompelde als een blinde voort en snakte vurig naar het licht van de dageraad die mijn veilige cocon zou doen verdampen. Ik lachte dat horen en zien me vergingen.
De kwaaien in dit verhaal zijn de spieders van Toil Darranjé, een zwart gat; de naam is afgeleid van het Franse toile d'araignée dat spinnenweb betekent. Het gaat mij erom dat de lezer pas aan het einde inziet hoe welgevormd de werelden zijn, vandaar dat ik de komeet die de planeten bedreigt Satori noem, wat plotseling inzicht betekent.
Dit verhaal speelt zich buitenaards af - de hoofdpersonages zou je dan buitenaardsen kunnen noemen - maar ik weet zeker dat het net zo goed op aarde had kunnen gebeuren. Ik rakel het sciencefictionverhaal op, maar ik probeer ook de dagelijkse gebeurtenissen van onze misdadige wereld erin te verwerken. Moord en doodslag dus, maar met de nodige liefde en voortplantingsmethoden gegarneerd.
Een politierechercheur is getuige van een treinongeluk en gaat op onderzoek uit. Een aanslag verplicht een vrijgevochten vrouw die in een manege werkt in allerijl haar rijtjeshuis te verlaten.
Vreemde wezens uit de ruimte weven een web rond hun planeten en bemoeilijken hun reis in het onbekende, maar een buitenaardse telepathie stuurt de man en de vrouw naar een gemeenschappelijk doel. Hun gezelschapsdieren voelen aan dat er een catastrofe op komst is en begrijpen maar al te goed dat hun baasjes uitverkoren zijn om hun werelden voor de verwoesting te behoeden.
Fragment:
Toen ze Bux aankeek wist ze opeens dat hij veel meer kon dan hij vermoedde. Hij kon een vader voor haar kind zijn. De paarden speelden op de achtergrond als clowns in een circus. Hun geluiden maakten haar erop attent dat het plezier nog van deze wereld was.
Perro vloog in het rond en floot een waanzinnig lied. Met zijn snavel probeerde hij Solei te doorprikken, maar de lichtbol zou niet veel later gegarandeerd vanachter de horizon opdagen.
De kleurige lampjes van het Sas, de binnenschipsluis in Hasselt waarvan het licht 's nachts in het water van het kanaal reflecteert, hebben me ertoe aangezet dit verhaal te verzinnen. De langwerpige reflecties deden me aan een lift naar de hemel denken, en daar tikt de tijd trager. De figuur van Nostradamus bezorgt me een mogelijkheid om door de tijd te reizen, want hoe had hij anders zijn voorspellingen kunnen optekenen?
De rally wordt in zeven dagen verreden, daarmee verwijs ik naar God die evenveel dagen nodig had om zijn schepping te verwezenlijken. Niet alleen vertel ik over vrouwen en snelle auto's, ik waag me ook in de wereld van de muziek, opdat mijn personages magische toegang zouden krijgen tot de ruimte, het heelal, immens en tijdloos.
Twee mannen ontmoeten een stel vrouwen op de trein en nodigen hen uit om een rally voor antieke auto's te volgen. De vrouwen stemmen toe, want parallel met de rally loopt toevallig een initiatief van het Brusselse natuurhistorisch museum.
De mannen rijden met het nummer 13 en dat is om moeilijkheden vragen. Op het moment dat ze in de eerste proef uit de bocht vliegen, stoten de vrouwen op een vreemd voorwerp in de grotten van de Cran du midi. Oermuziek met de verwoestende kracht van een wervelwind brengt hen dichter tot de geestenwereld. En jawel, die is ook parallel.
Fragment:
Naast hem op de witleren achterbank zat Laurence in een lichtgele trouwjurk. Terwijl Will Tura zijn mooiste liedje zong, bogen ze hun hoofden naar elkaar. Remie begreep nog altijd niet hoe een melodie zijn huidcellen zo kon beroeren. Remie streelde haar rechterarm en voelde daar kippenvel. Hij was zeker van haar liefde voor hem en kuste haar vol op de mond terwijl het licht van de halvemaan vanachter de donkere wolken tevoorschijn kwam. Haar licht was net voldoende om het silhouet van een mier op het topje van een grassprietje goed uit te laten komen op de allesomvattende foto van de wereld, maar het tafereel duurde niet lang, omdat een koe de pol gras met haar lange tong losrukte en opat.
Dit verhaal vertelt over de liefde tussen een man en een vrouw, een leven lang of desnoods slechts voor een ogenblik, gegarneerd met hun hevigste verlangens en hun dierlijke angsten. Samen maken zij hun wereldje, maar ze merken dat er nog andere werelden zijn, werelden waar draken en magisters heersen.
Omdat het woord veel op draak lijkt en omdat zijn slechtheid erin vervat zit, noem ik de grote draak Drek.
De oude wereld is als een ui met schillen eromheen, tijdwerelden of werelden waar de tijd stilstaat. Een man heeft last van zijn geheugen. Door zijn herinneringen aan zijn afgelopen liefdesperikelen staat hij zwaar onder stress. De vrouwen van zijn dromen katapulteren hem door tijd en ruimte en hij verzeilt in een tijdwereld waar een draak het voor het zeggen heeft.
Met de hulp van een snel bij elkaar gezochte reddingsploeg doet de man met het wispelturige geheugen er alles aan om de nieuwe wereld een geboortekans te geven.
Fragment:
Tijdens proefboringen in de woestijn is een oliemaatschappij op een diepte van 273 meter op een zeldzaam bot gestoten. Uit foto's genomen vanaf het ruimtestation Buiten-Aarde hebben onderzoekers afgeleid dat er miljoenen jaren geleden een oerwoud heeft gestaan. Het onderzoeksteam heeft geld noch moeite gespaard om het grootste skelet ooit te ontgraven. Natuurlijk moet de oliemaatschappij baan ruimen. Enkele archeologen zitten tijdens hun middagpauze in de schaduw van een boom een sigaretje te roken. Ze bespreken de vorderingen in hun werk. 'Wat denk je van die schedel die we vanmorgen hebben opgedolven?' 'Ik dacht dat we te maken hadden met een onbekende dinosauriërsoort, maar het beest heeft aan de onderkaak een benen bescherming die tot boven de kop reikt. Als ik niet beter wist zou ik zeggen dat het een draak is, maar wie zal dat geloven.'